Ze stapte uit haar gloednieuwe Fisker, zo was aan het nummerbord af te lezen. Ze kwam me vaag bekend voor. Eigenlijk geen vrouw voor zo'n auto. Ze was frêle van stuk, licht gebruind en opgemaakt. Fraai, de zonde meer dan waard. Ze was met smaak gekleed, haar haar subtiel opgestoken, niet te opvallend. Dit in tegenstelling tot de wat schreeuwerige bolide waar ze net uitgekropen was, want uit dit model auto stapte je niet maar kroop je.,
Ik schatte de prijs toch minstens een ton+, te grote wielen, te ronden vormen en een subtiel logo op de motorkap, waaronder waarschijnlijk een hoop nutteloze PK's verborgen zaten.
Ik was zelf net in mijn oude Volvo gestapt en pakte tergend langzaam mijn gordel met mijn rechterhand, met het doel die uiteindelijk vast te klikken. Mijn portier stond nog op een kier, waardoor ik in mijn zijspiegel zag dat ze aangesproken werd door de man die net uit de vrachtwagen van de Meubelgigant was gestapt die tegen de verplichte rijrichting in, aan de overkant, geparkeerd stond. De motor liep nog, was hij nu gestopt louter en alleen om die wat protserige bolide te bekijken. Je had van die mannen. "Half elektrisch," hoorde ik haar tegen hem zeggen. Dat viel dan toch weer mee. Als na 20 km elektrisch rijden de batterijen uitgeput waren, kon je nog minstens 200 km doorrijden op je volle benzinetank. Dat scheelde toch weer heel wat CO2 uitstoot. Als ik de vrouw zo door mijn spiegel bekeek kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het milieu haar aandacht had. Het was niet het type waterstofperoxide bimbo, dat geld als water had verdiend met werkzaamheden waar een eerzame vrouw zich voor zou schamen. Zeg maar een soort 'Barbie' maar dan met wat meer klasse. Het leek wel of ze er per ongeluk ingestapt was en nu bij het uitstappen zich pas realiseerde dat het toch wel een opvallend modelletje was.
Ik zag haar samen met de chauffeur naar de vrachtwagen lopen de achterklep ging open, de man pakte er wat onbestemds uit, een in elkaar schroefbaar meubel, zo vermoede ik. Samen liepen ze, tot mijn stijgende verbazing, naar de voordeur van de woning recht tegenover mij.
Ineens herkende ik haar; het was de vrouw van de Jehova-getuige. De woning was een paar dagen geleden deels leeg geruimd door de Jehova-getuige en wat vrienden uit de club, die altijd behulpzaam toe schoten als er wat gedaan moest worden. Een paar jaar geleden nog hadden ze met z'n allen de hele zolder verbouwd. Op de uitnodiging, dat ik wel eens mocht komen kijken hoe mooi het was geworden, was ik niet ingegaan, zo bang als ik was dat ik meer aandacht voor zijn vrouw zou hebben dan voor die hele verbouwde zolder.
Hem had ik de afgelopen maanden nog wel gezien, altijd zittend achter zijn laptop,zo vermoede ik, aan de eettafel. Haar had ik gemist.
Maar daar was ze nu ineens, blijkbaar van haar geloof gevallen in een te dikke auto. Wellicht had ze de loterij gewonnen, maar daar deden Jehova's toch niet aan?
Een mysterie dat was het!
De gordel zat vast, ik startte de motor, reed langzaam weg met de gelukkige gedachte dat zij blijkbaar de onderlinge strijd had gewonnen wie het huis mocht houden.
de relatiefushond
een relativerende blik op de soms harde werkelijkheid.
vrijdag 22 maart 2013
vrijdag 1 maart 2013
zwarte bladzijden, gouden randjes
De klap bleef uit, het bleef stil, dertien hoog. Vallen in
oneindige schoonheid, tijdloos. Hij had de grond allang moeten raken. Hij had
zijn ogen angstig dichtgehouden, de oogleden samengeperst. Hij durfde ze niet
te openen. Hij was gewend te vallen maar nooit zo diep. Vallen en weer opstaan,
het stof van je afslaan, het hoofd heen en weer schudden, de schouders
losdraaien, opkrabbelen en doorgaan. Altijd maar doorgaan, bladzijde na
bladzijde.
Toen hij uiteindelijk zijn ogen weer durfde te openen zag
hij het boek onder hem opengeslagen liggen. Hij herinnerde zich vaag de lederen
kaft met de gouden gekalligrafeerde letters. Nu lag het daar, opengeslagen. Hij
begon plotseling heftig te zweten. Kwam nu de laatste klap, de anticlimax van zijn
leven. Kansloos neergesabeld.
Hij probeerde de letters te onderscheiden. Welke heroïek
stond in het boek beschreven. De glorieuze tijden die hij doorleeft had; de
resultaten bereikt; het werk dat hij verricht had. Stonden ze er allemaal in? Hij
was opgehouden met vallen, de klap was niet gekomen. Langzaam dreef hij steeds
hoger tussen hoop en vrees. De letters vervaagden tot vlekken, de
aaneengesloten woorden vormden langzaam steeds groter wordende vieze donkere
vegen. Wat eerst nog zijn heldendaden leken te zijn, bleken uiteindelijk
slechts zwarte bladzijden te zijn. Flinterdunne, op elkaar geperste, zwarte bladzijden,
goudopsnee, zoals Bijbels vroeger met van die zwarte ‘duimpjes’ waar mee de
verschillende bijbelboeken waren aangegeven. Schone schijn want zo heilig als
dat boek, was zijn geschiedenis zeker niet geweest.
Een plotselinge windvlaag deed de flinterdunne blaadjes omslaan,
zwarte bladzijde na zwarte bladzijde kwam hem tegemoet. Af en toe was er dat
dunne streepje goud zichtbaar.
Hij voelde zich licht in het hoofd worden, onzeker,
verdrietig, een afscheid dat naderde. Tranen vormden zich in zijn ooghoeken die
langzaam over zijn wangen richting mondhoek zakte. Hij ving er met het puntje
van zijn tong één op. Eerst het zuur van de teleurstelling, nu het zout, maar
kwam er ook ooit nog zoet?
Het was volkomen onverwacht gebeurd, de val. De schijnbare veiligheid
van zijn bestaan onder hem weggerukt. Nu lag voor hem dit boek, open geslagen.
Hij dreigde te verzuipen in de zwarte bladzijden. Zwartgallig terugkijkend, was
er dan helemaal niets dat hij bereikt had? Geen spoortje licht? Geen tastbaar
resultaat? Niets waar hij trots op kon zijn. Steeds dieper zonk hij weg. Soms
voor een enkel ogenblik, onverwacht trok dat enkele streepje goud hem weer even
naar boven uit die diepe leegte.
Een beetje houvast, een rilling, vermannen, af en toe
onderscheidde hij weer een enkele letter, een woord, een flard van een zin, in
goud geschreven. Langzaam drong het besef tot hem door, hij moest zich
vasthouden aan dat enkele streepje goud, die zin, dat woord, die ene letter. Omhoog
kijken, het was nog niet te laat.
Hij stond nog op de rand op de 13e. Hij draaide
zich om en liep terug de weg die hij gekomen was, op zoek naar nog meer streepjes
goud.
Mijn bijdrage aan de prijsvraag voor opium
| Reacties: |
donderdag 10 januari 2013
De doucheplasser (2)
Sla ik vanmorgen de krant open blijken er in Nederland twee wethouders Wassink te zijn. Heb ik daar die arme mijnheer Wassink uit de gemeente Beneden-Leeuwen zomaar iets in de mond gelegd, wat hij helemaal niet gezegd heeft, wellicht gedacht, maar niet gezegd. En ik had nog wel gegoogeld. Mijn welgemeende excuses aan de heer Wassink uit beneden-Leeuwen, natuurlijk. Want je weet het maar nooit voor je het weet heb je een claim aan de broek hangen.
Nee, de wethouder Wassink die ik bedoelde was de GroenLinks wethouder uit de gemeente Aa en Hunze, ergens in Drenthe, die een wanhopige poging deed zijn partij nog verder te minimaliseren. De arme man heeft zijn keutel al weer ingetrokken, verdwijnt ook zo moeizaam door zo'n doucheputje.
Nee, de wethouder Wassink die ik bedoelde was de GroenLinks wethouder uit de gemeente Aa en Hunze, ergens in Drenthe, die een wanhopige poging deed zijn partij nog verder te minimaliseren. De arme man heeft zijn keutel al weer ingetrokken, verdwijnt ook zo moeizaam door zo'n doucheputje.
| Reacties: |
woensdag 9 januari 2013
Alleen vrouwen mogen onder de douche plassen, mannen slechts tegen een boom.
Er was vandaag wat commotie over een uitspraak van een wethouder uit het waterrijke land van Maas en Waal. Hoe kan het ook anders het had iets met wateren te maken en onder de douche nog wel. En onder wateren versta ik dan plassen. Uit financieel en milieutechnische oogpunt, zo vond de wethouder, moest er meer geplast worden onder de douche. Wethouder Wassink, zo heette hij, van financiën en informatievoorziening. Ik kreeg gelijk associaties met een andere beroemde wethouder, wethouder Hekkink uit Juinen.
Je vraagt je soms af op welk moment en onder welke omstandigheden deze brainwave bij de wethouder zijn hersenpannen binnen was komen drijven. Had hij onder de douche gestaan en ineens heel nodig gemoeten? Had hij keurig het lichaamsdeel dat daar mede voor bestemd was met één hand voorzichtig beetgepakt en op het afvoerputje gericht, zodat de urinestraal zich kon vermengen met de net uitgespoelde shampooresten, waardoor een wat onbestemd kleurend schuimend sopje was ontstaan, of had hij gewoon lekker met de handen in het haar, de shampoo nog inmasserend, de natuur de vrije loop gelaten en krachtig tegen het douche gordijn aan staan plassen?
Ik weet het niet. Maar het was in ieder geval voor de wethouder alle reden om zijn besparingsidee breed uit te meten en Nederland te informeren. Hij was tenslotte niet voor niets wethouder van financien en informatievoorziening. De burgemeester had met de nieuwjaarsreceptie net alle aandacht voor zich opgeëist, dus nu was het weer eens tijd voor wat profileringsdrift. Je moest als kleine partij, de Federatie Dorpslijsten Dreumel, toch ook zo af en toe aan de weg timmeren.
Nou bleek vandaag ook dat het hele idee helemaal geen besparing oplevert, want zoals algemeen bekend; mannen kunnen maar één ding tegelijk. Of plassen òf haren wassen, maar nooit èn haren wassen èn plassen, dat kunnen alleen vrouwen. Een gemiddelde plasbeurt van een vijftigplusser, inclusief opkomende prostaatklachten duurt toch al snel minimaal één minuut. In de ene minuut komt er negen liter verwarmd water uit de douchekop en dan moet het douchegordijn ook nog even afgespoeld worden. Bij een gemiddelde wc heb je een knop voor de grote boodschap en een knop voor het kleine werk, drie liter, meer kost het niet. En dan zeur ik nog niet eens door over die moderne eco-huizen waar het opgevangen regenwater gebruikt wordt voor het toilet.
Dus dames, plas gerust onder de douche, maar mannen zoek vooral een fijne boom, want zoals ik al eerder schreef op 12 juni van het vorige jaar: Dat is het ultieme gevoel van geluk.
Je vraagt je soms af op welk moment en onder welke omstandigheden deze brainwave bij de wethouder zijn hersenpannen binnen was komen drijven. Had hij onder de douche gestaan en ineens heel nodig gemoeten? Had hij keurig het lichaamsdeel dat daar mede voor bestemd was met één hand voorzichtig beetgepakt en op het afvoerputje gericht, zodat de urinestraal zich kon vermengen met de net uitgespoelde shampooresten, waardoor een wat onbestemd kleurend schuimend sopje was ontstaan, of had hij gewoon lekker met de handen in het haar, de shampoo nog inmasserend, de natuur de vrije loop gelaten en krachtig tegen het douche gordijn aan staan plassen?
Ik weet het niet. Maar het was in ieder geval voor de wethouder alle reden om zijn besparingsidee breed uit te meten en Nederland te informeren. Hij was tenslotte niet voor niets wethouder van financien en informatievoorziening. De burgemeester had met de nieuwjaarsreceptie net alle aandacht voor zich opgeëist, dus nu was het weer eens tijd voor wat profileringsdrift. Je moest als kleine partij, de Federatie Dorpslijsten Dreumel, toch ook zo af en toe aan de weg timmeren.
Nou bleek vandaag ook dat het hele idee helemaal geen besparing oplevert, want zoals algemeen bekend; mannen kunnen maar één ding tegelijk. Of plassen òf haren wassen, maar nooit èn haren wassen èn plassen, dat kunnen alleen vrouwen. Een gemiddelde plasbeurt van een vijftigplusser, inclusief opkomende prostaatklachten duurt toch al snel minimaal één minuut. In de ene minuut komt er negen liter verwarmd water uit de douchekop en dan moet het douchegordijn ook nog even afgespoeld worden. Bij een gemiddelde wc heb je een knop voor de grote boodschap en een knop voor het kleine werk, drie liter, meer kost het niet. En dan zeur ik nog niet eens door over die moderne eco-huizen waar het opgevangen regenwater gebruikt wordt voor het toilet.
Dus dames, plas gerust onder de douche, maar mannen zoek vooral een fijne boom, want zoals ik al eerder schreef op 12 juni van het vorige jaar: Dat is het ultieme gevoel van geluk.
| Reacties: |
zaterdag 1 december 2012
Sinterkaas goedheiligman
Tot U, oh sint goedheiligman,
richt ik mij uiteindelijk dan.
Ik wil u tot niets dwingen.
Mijn verlangen betreft slechts drie dingen.
Werk, werk en nog eens werk.
Want ik ben groots en ik ben sterk.
Ik heb een ongebruikt vermogen,
wat ik door u mededogen
kan inzetten voor het algemeen belang,
want ik heb een enorme drang
mijn potenties te benutten.
Ik heb vele kwaliteiten waar ik uit kan putten:
Pragmatisch, analytisch en ook creatief,
inhuurbaar tegen een aantrekkelijk dagtarief,
sta ik klaar de arbeidsmarkt te betreden,
met vele ervaringen uit het verleden.
Als ambtelijk schrijver ooit gevormd,
later het middelmanagement bestormd,
tot eindverantwoordelijk manager doorgestoomd,
nu na 50 maanden uitgewoond.
Teruggebracht tot mijn diepste zijn.
Voel ik mij deemoedig en soms, o zo klein.
Maar ik weet ooit kan ik het weer vieren,
dat ik mijn eigen huishouden weer kan financieren.
Sta ik weer fier rechtop, zonder zwakte,
omdat ik de kansen die ik kreeg ook pakte
Dàn kijk ik om naar het verleden.
Hoe ik de arbeidsmarkt weer heb betreden.
Ach Sint soms het leven zwaar,
maar gelukkig, ik ben in ieder geval geen 1741 jaar
| Reacties: |
donderdag 29 november 2012
doorgeschoten liberalisme, de vrije markt
Ik zat erbij achter in de auto, de radio stond aan en het baasje zat zich weer enorm kwaad te maken.
We waren op weg naar kasteel Rozendaal waar ik in de buurt lekker los mag lopen, zware stukken hout in mijn bek meeslepen en rennen door de herfstbladeren met mijn neus er diep induikend.
Nu moet je weten mijn baasje is van de linkse kerk.
De avond tevoren was hij nog gebeld door een D66 kamerlid, een zekere Steven, met de vraag waarom hij de partij had verlaten. Hij had wel tien minuten aan de telefoon gehangen, gezegd dat hij meer van de sociaal democratie was, over meer aandacht voor de oudere uitvallers in het werkproces, en had tot slot zijn boek nog even aangeprezen "maar dan zonder Alexander" had hij nog gezegd, allemaal op een heel rustige toon.
Maar vanochtend in de auto was hij toch weer het opgewonde standje zoals ik hem ken.
Het ging om een bloemenbedrijf dat haar voltallige personeel had ingewisseld voor een contingent goedkope Polen, tegen € 5,- in plaats van € 9,- per uur.
Nou heeft hij niks tegen Polen en hij heeft zich in het verleden ook vreselijk opgewonden over het Polenmeldpunt. Die Polen kunnen er namelijk helemaal niks aan doen. Die worden op Poolse arbeidsvoorwaarden ingezet in Nederland, waar ze dan als ze geluk hebben met zijn vieren in een caravan mogen slapen en als ze iets minder geluk hebben achter in de kas een slaapplaats moeten vinden.
Het heeft iets te maken met het vrije verkeer van werknemers, waar hij weer niets op tegen heeft.
Het argument van de bloemenboer was helder en simpel, al mijn collega's doen het en ik prijs mij anders uit de markt. Daar was natuurlijk ook niets tegen in te brengen.
Maar het heeft natuurlijk allemaal met de markt te maken, de vrije markt, waar maar één ding telt de macht van het geld, de goedkoopste krijgt het, of het nu gaat om bloemen of de Rotterdamse thuiszorg. Doorgeschoten Liberalisme noemt mijn baasje dat.
"Langzaam," zo riep mijn baasje voor in de auto, terwijl hij een rotonde net iets te snel nam, "zijn we weer terug bij het eind van de 19e eeuw, waar mensen slechts als productiemiddel worden gezien, die je gebruikt tot ze op zijn of vervangen kunnen worden door een goedkoper exemplaar".
Gelukkig waren we toen al bij kasteel Rozendaal, want zoveel onrecht kan ik zelfs niet verdragen.
We waren op weg naar kasteel Rozendaal waar ik in de buurt lekker los mag lopen, zware stukken hout in mijn bek meeslepen en rennen door de herfstbladeren met mijn neus er diep induikend.
Nu moet je weten mijn baasje is van de linkse kerk.
De avond tevoren was hij nog gebeld door een D66 kamerlid, een zekere Steven, met de vraag waarom hij de partij had verlaten. Hij had wel tien minuten aan de telefoon gehangen, gezegd dat hij meer van de sociaal democratie was, over meer aandacht voor de oudere uitvallers in het werkproces, en had tot slot zijn boek nog even aangeprezen "maar dan zonder Alexander" had hij nog gezegd, allemaal op een heel rustige toon.
Maar vanochtend in de auto was hij toch weer het opgewonde standje zoals ik hem ken.
Het ging om een bloemenbedrijf dat haar voltallige personeel had ingewisseld voor een contingent goedkope Polen, tegen € 5,- in plaats van € 9,- per uur.
Nou heeft hij niks tegen Polen en hij heeft zich in het verleden ook vreselijk opgewonden over het Polenmeldpunt. Die Polen kunnen er namelijk helemaal niks aan doen. Die worden op Poolse arbeidsvoorwaarden ingezet in Nederland, waar ze dan als ze geluk hebben met zijn vieren in een caravan mogen slapen en als ze iets minder geluk hebben achter in de kas een slaapplaats moeten vinden.
Het heeft iets te maken met het vrije verkeer van werknemers, waar hij weer niets op tegen heeft.
Het argument van de bloemenboer was helder en simpel, al mijn collega's doen het en ik prijs mij anders uit de markt. Daar was natuurlijk ook niets tegen in te brengen.
Maar het heeft natuurlijk allemaal met de markt te maken, de vrije markt, waar maar één ding telt de macht van het geld, de goedkoopste krijgt het, of het nu gaat om bloemen of de Rotterdamse thuiszorg. Doorgeschoten Liberalisme noemt mijn baasje dat.
"Langzaam," zo riep mijn baasje voor in de auto, terwijl hij een rotonde net iets te snel nam, "zijn we weer terug bij het eind van de 19e eeuw, waar mensen slechts als productiemiddel worden gezien, die je gebruikt tot ze op zijn of vervangen kunnen worden door een goedkoper exemplaar".
Gelukkig waren we toen al bij kasteel Rozendaal, want zoveel onrecht kan ik zelfs niet verdragen.
| Reacties: |
donderdag 18 oktober 2012
51 exemplaartjes
De TNT-bus stopte voor de deur. Ik wist hij kwam mijn 51 exemplaartjes afleveren. Zeker geen explosief materiaal, maar wel erg onderhoudend. Over twee mensen die niet zomaar Henk en Ingrid heten.
De bel ging. Zwetend stond de man voor de deur, de zware doos met twee armen omvat rustend op een enorme buik, waarschijnlijk speciaal gekweekt voor het dragen van zware lasten.
'Zwaar hè,' zei ik ten overvloede. 'Sorry dat ik zo'n zware bestelling heb gedaan.'
'Ach mijnheer dit is niks, u moest eens weten.'
Nu ben ik van nature nieuwsgierig aangelegd, dus u moest eens weten prikkelde gelijk mijn fantasie.
'Maar boven de 23 kg mag ik van mijn baas vragen of de klant even meehelpt.'
Daarmee was handig aan de Arbo-wet voldaan.
'Maar als je nu een fitness-apparaat moet afleveren bij iemand die moet revalideren, kan die mooi niet helpen.'
De man knikte instemmend.
'Maar je hebt tenminste nog werk.'
Dat kon ik niet zeggen, of mocht ik mij tegenwoordig schrijver noemen?
Maar dan moest ik er wel wat meer verkopen dan die 51.
De bel ging. Zwetend stond de man voor de deur, de zware doos met twee armen omvat rustend op een enorme buik, waarschijnlijk speciaal gekweekt voor het dragen van zware lasten.
'Zwaar hè,' zei ik ten overvloede. 'Sorry dat ik zo'n zware bestelling heb gedaan.'
'Ach mijnheer dit is niks, u moest eens weten.'
Nu ben ik van nature nieuwsgierig aangelegd, dus u moest eens weten prikkelde gelijk mijn fantasie.
'Maar boven de 23 kg mag ik van mijn baas vragen of de klant even meehelpt.'
Daarmee was handig aan de Arbo-wet voldaan.
'Maar als je nu een fitness-apparaat moet afleveren bij iemand die moet revalideren, kan die mooi niet helpen.'
De man knikte instemmend.
'Maar je hebt tenminste nog werk.'
Dat kon ik niet zeggen, of mocht ik mij tegenwoordig schrijver noemen?
Maar dan moest ik er wel wat meer verkopen dan die 51.
| Reacties: |
woensdag 17 oktober 2012
Het lijstje
De man met de stoffen regenjas sprak me weer aan. Ik had net het stukje langs de volkstuintjes gehad en zag hem aam komen lopen. Zijn karakteristieke houding met dito baard, lang en wit, maakte hem al van verre herkenbaar. Hij keek al naar mijn hond en ik wist al wat hij ging zeggen: 'Je moet hem wegdoen, bezuinigen moeten we, maar wel op de juiste dingen.'
Ik knikte begrijpend.
'Een lijstje moeten ze maken met bovenaan de dingen die belangrijk zijn en onderaan de dingen waarop bezuinigd mag worden.'
Het wekte bij mij geen verbazing dat bovenaan het lijstje zorg prijkte, maar blijkbaar lag het subtieler.
'Maar als je niet goed voor jezelf zorgt, dan krijg je ook niks als je ziek wordt.'
"Maar stel je bent een roker,' bracht ik er tegenin en je valt van de trap, breekt je been, krijg je dan geen zorg?'
Het was duidelijk een vraag die niet binnen zijn denkraam paste.
Eén van de woonbegeleiders kwam met haar fiets van het terrein affietsen. Ze lachte vriendelijk naar me, waarschijnlijk was ze al bekend met het onderwerp van zijn oratie. En was ze gewend er dwars doorheen te praten.
"ja, erg allemaal, mm, heeft u uw pillen al gehad, wel in één keer doorslikken, nou ik moet er weer vandoor hè."
Maar ik had de tijd, ik was niet gebonden aan de stopwatch-zorg, waarin elke handeling in tijd en geld was gebudgetteerd.
'En wat dan met al die bouwvakkers, die op zaterdag voetballen, (ik vermeed zondag te zeggen, want ik wist dat een blessure op zondag opgelopen, was zeker de eigen schuld, dat was een rustdag en geen dag om te sporten) die de kniebanden scheuren en dan maanden niet kunnen werken.'
'Voetbal is gezond want bewegen is gezond.'
Daar viel niet veel tegenin te brengen.
'Nou u bent er bijna,' zo besloot ik het gesprek.
De man liep verder nog wat na mompelend over niet meer uitgeven dan je hebt.
Het leek me geen goed moment om uit te leggen dat, mits binnen acceptabele grenzen, overheden niet anders deden en dat toch een zekere nuancering behoefde.
Verder lopend dacht ik: Wat zou er bovenaan mijn lijstje staan, toch zeker niet de hond
Ik knikte begrijpend.
'Een lijstje moeten ze maken met bovenaan de dingen die belangrijk zijn en onderaan de dingen waarop bezuinigd mag worden.'
Het wekte bij mij geen verbazing dat bovenaan het lijstje zorg prijkte, maar blijkbaar lag het subtieler.
'Maar als je niet goed voor jezelf zorgt, dan krijg je ook niks als je ziek wordt.'
"Maar stel je bent een roker,' bracht ik er tegenin en je valt van de trap, breekt je been, krijg je dan geen zorg?'
Het was duidelijk een vraag die niet binnen zijn denkraam paste.
Eén van de woonbegeleiders kwam met haar fiets van het terrein affietsen. Ze lachte vriendelijk naar me, waarschijnlijk was ze al bekend met het onderwerp van zijn oratie. En was ze gewend er dwars doorheen te praten.
"ja, erg allemaal, mm, heeft u uw pillen al gehad, wel in één keer doorslikken, nou ik moet er weer vandoor hè."
Maar ik had de tijd, ik was niet gebonden aan de stopwatch-zorg, waarin elke handeling in tijd en geld was gebudgetteerd.
'En wat dan met al die bouwvakkers, die op zaterdag voetballen, (ik vermeed zondag te zeggen, want ik wist dat een blessure op zondag opgelopen, was zeker de eigen schuld, dat was een rustdag en geen dag om te sporten) die de kniebanden scheuren en dan maanden niet kunnen werken.'
'Voetbal is gezond want bewegen is gezond.'
Daar viel niet veel tegenin te brengen.
'Nou u bent er bijna,' zo besloot ik het gesprek.
De man liep verder nog wat na mompelend over niet meer uitgeven dan je hebt.
Het leek me geen goed moment om uit te leggen dat, mits binnen acceptabele grenzen, overheden niet anders deden en dat toch een zekere nuancering behoefde.
Verder lopend dacht ik: Wat zou er bovenaan mijn lijstje staan, toch zeker niet de hond
| Reacties: |
zaterdag 13 oktober 2012
5000 pageviews
| Toen ik de 1000 pageviews gepasseerd had schreef ik daar een stukje over op mijn blog. |
|---|
| Tenslotte het was een mijlpaal. Die gevierd moest worden! |
|---|
| Ik had toen wel een soort onderbuik gevoel over dat aantal. Klopte het wel en waarom leverde mij dat amper nieuwe volgers op? Waren het altijd dezelfde, namelijk mijn volgers, die benieuwd waren wat ik nu weer het daglicht had laten zien, of lag het toch anders had ik misschien last van spammers of mensen die 'random' langs allerlei blogs scrolde uit pure verveling en leegheid? Nu ik de 5000 gepasseerd ben deel ik graag met onderstaand tabelletje mijn publiek met jullie. Op het eerste gezicht zitter er een pare rare bij. Wat doen al die Thaien met mijn blog? Ik weet dat ze in Zuid-Oost Azie ook wel eens hond eten maar moet ik voor mijn leven gaan vrezen? Eindig ik in de pan, ontdaan van mijn fijne krullen? Maar gelukkig het baasje schijnt familie daar te hebben, aangetrouwd dat gelukkig wel en blijkbaar een trouwe lezer. Maar wat moet ik dan met die Russen? Is er dan toch nog sprake van een koude oorlog en zien de Russen mijn soms warrige stukjes soms aan voor codes van NAVO-troepenbewegingen. Of heeft het opstandig karakter van mijn baasje soms de aandacht op mij gevestigd. Maar ook daar hoefde ik mij geen zorgen om te maken. Er zijn mensen, zelfs in Nederland die gewoon een Russische email-provider hebben. Allemaal heel vertrouwd en hele fijne mensen, aldus mijn baasje alweer. Die Oekraïner en die Let bleken naar het schijnt te bestaan uit rondtrekkende kunstenaars van Nederlandse origine. En de Fransoos dan? Een pensionado. Zo zie je maar weer alles lijkt erger dan het schijnt of was het schijnt erger dan het lijkt. Maar wie zouden dan die Amerikanen, Belgen, Duitsers, Britten maar vooral Nederlanders zijn. Verlos mij van al deze vragen en maak u bekend wordt: VOLGER |
|---|
|
|---|
| Reacties: |
donderdag 11 oktober 2012
Labradoodledag
Binnenkort heb ik een feestje.
Mijn baasjes nemen me mee naar labradoodledag, het jaarlijkse hoogtepunt van mijn soort.
Tientallen van mijn broertjes, zusjes, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, achterneefjes en nichtjes kom ik daar tegen.
Misschien wel mijn vader en moeder...
Een lichte emotie maakt zich van mij meester, vanwege een foutje van mijn baas, had z'n veranderde email niet doorgegeven, heb ik het een paar jaar moeten missen.
Zouden ze me nog herkennen?
Helaas heb ik zelf geen nageslacht kunnen verwekken, ze waren er in een te vroeg stadium met de schaar bij, want was het leuk geweest mijn eigen nageslacht te mogen aanschouwen.
Ik hoop dat mijn baas mij nog even een wasbeurt geeft, ik wil toch wel netjes voor de dag komen.
Misschien zijn er wel mensen bij die mijn stukjes lezen.
Ben benieuwd of ze me herkennen.
Ik ben die zwarte met krullen.
Mijn baasjes nemen me mee naar labradoodledag, het jaarlijkse hoogtepunt van mijn soort.
Tientallen van mijn broertjes, zusjes, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, achterneefjes en nichtjes kom ik daar tegen.
Misschien wel mijn vader en moeder...
Een lichte emotie maakt zich van mij meester, vanwege een foutje van mijn baas, had z'n veranderde email niet doorgegeven, heb ik het een paar jaar moeten missen.
Zouden ze me nog herkennen?
Helaas heb ik zelf geen nageslacht kunnen verwekken, ze waren er in een te vroeg stadium met de schaar bij, want was het leuk geweest mijn eigen nageslacht te mogen aanschouwen.
Ik hoop dat mijn baas mij nog even een wasbeurt geeft, ik wil toch wel netjes voor de dag komen.
Misschien zijn er wel mensen bij die mijn stukjes lezen.
Ben benieuwd of ze me herkennen.
Ik ben die zwarte met krullen.
| Reacties: |
Abonneren op:
Berichten (Atom)

